‘Ik hoor je wel, maar versta je niet’

Een kennis van mij – inmiddels loopt hij tegen de honderd jaar – klaagt al jaren dat hij ons slecht kan verstaan. Onlangs werd er weer een nieuw gehoorapparaat aangeschaft dat de geluiden nóg beter dan de vorige zou versterken. Helaas. Toen maakte hij een opmerking die heel verhelderend was: ‘Ik hoor het wel, maar versta je niet’. Zintuiglijke waarneming is natuurlijk meer dan het oppikken van een signaal door je zintuigen. Daarna moet het nog verwerkt worden en als dat om de één of andere reden niet goed gaat dan kun je je gehoor nog zo goed maken maar ‘dan versta je me nog niet’. Maar dat vertelt zo’n gehoorwinkel er natuurlijk niet bij.

De uitdrukking ‘aan een half woord genoeg hebben’ kun je tamelijk letterlijk opvatten: de andere helft bedenk je er zelf bij. Waarschijnlijk ken je het verschijnsel ook dat iemand iets zegt maar je verstaat het niet goed, maar voordat je kon vragen wat hij zei, weet je het al. Wat er gebeurd is, is dat je de flarden van wat je wel hebt gehoord razendsnel koppelt aan de context waarin dat werd gezegd, vervolgens bedenkt wat hij gezegd zou kunnen hebben en zo alsnog ‘verstaat’ wat de ander had gezegd. En zo ‘versta’ je nog veel meer van wat hij vermoedelijk wilde zeggen en wellicht tussen de regels door wilde duidelijk maken. Tenminste als je er met je hoofd bij bent, want anders hoor je het heel goed met die prima oren van je, maar ‘versta’ je het niet.

Dat halve woord is het puntje van de ijsberg van betekenis. Wat er vaak gebeurt bij oudere mensen – niet altijd, je hebt hoogbejaarden die bewonderenswaardig scherp blijven – is dat het hele onderste deel van die ijsberg weggesmolten is en dan moeten ze het helemaal van dat halve woord hebben, of van een paar losse woorden. En dat valt niet mee, dan hoor je die woorden wel, maar je verstaat ze niet.

Ook bij de keuring voor je geschiktheid als automobilist kijken ze vrijwel alleen naar je zintuigen, je ogen in dit geval. Ik las eens een nieuwsbericht over een vrijwel blinde man die al zijn halve leven schadevrij zijn vaste route door Barcelona reed. Als je weet waar je op moet letten en die hersens doen het nog een beetje, dan kun je een heel eind komen met slechte ogen. Het geheim zit vooral in ‘weten waar je op moet letten’. Degene die dat weet is je automatische piloot, dat is degene die je jarenlang hebt getraind ‘waar je op moet letten’, een training die begonnen is bij je rijles, maar daarna nog jaren is doorgegaan. Als je op je eerste rijles de weg op gaat, dan duizelt het je, dan heb je voortdurend het gevoel dat als je de ene kant op kijkt, dat het dan aan de andere kant misgaat. Mensen kunnen maar aan een heel beperkt aantal dingen tegelijk aandacht geven. Als je voor het eerst zelf de weg opgaat, dan zijn er veel te veel dingen waar je op moet letten. Wat je automatische piloot doet, is patronen aanbrengen in al die dingen, zodat je maar een beperkt aantal patronen in de gaten hoeft te houden. Maar dat moet je hem wel leren. Onervaren automobilisten weten wat ze moeten doen, maar hun automatische piloot is nog onvoldoende getraind om veel werk over te kunnen nemen. Daardoor overzien ze allerlei situaties onvoldoende en maken inschattingsfouten. Ook jongeren kunnen maar op een beperkt aantal dingen tegelijk letten.

Jaren geleden had ik regelmatig hoofdpijn als ik ’s nachts een lange rit had gemaakt. Dat was over nadat ik een bril had aangeschaft: goede ogen zijn natuurlijk ook belangrijk en mijn hoofd moest te veel werk van mijn ogen overnemen, met hoofdpijn als gevolg. Maar als je automatische piloot hapert heb je echt een probleem.

Waar zit je verstand eigenlijk?

In een wreed experiment werd aangetoond dat een geamputeerde tentakel van een octopus, die zich tot zeker een uur na de amputatie nog aan alles vastzuigt, een onderscheid kan maken tussen een andere tentakel van zichzelf en bijvoorbeeld een vis. De intelligentie van een octopus zit m.a.w. voor een belangrijk deel in zijn tentakels. In ieder geval voor de aansturing van zijn tentakels. In de tentakels blijken ook meer zenuwcellen te zitten dan in zijn hersenen.

Voor mij was het een eye-opener dat het niet vanzelfsprekend is dat de intelligentie van levende wezens geconcentreerd is in zijn centrale hersenen. Het is heel goed mogelijk dat intelligentie zich pas in de loop van de evolutie heeft geconcentreerd op één plaats. Maar als het ‘ge-insourced’ is, kan het ook weer worden ‘ge-outsourced, zoals de filosoof Jos de Mul schetst in zijn Kunstmatig van Nature: het gebruik van Google is toch niet meer of minder dan een vorm van outsourcing van onze cognitieve functies? Net als bij de inzet van robots, andere machines met kunstmatige intelligentie en ‘smart’ gebouwen? En wat te denken van zo’n complexe mierenkolonie? Het functioneren daarvan is niet te verklaren uit de intelligente vermogens van afzonderlijke mieren: het lijkt alsof de individuele mieren onderdeel zijn van een stel gezamenlijke hersenen. Is dit niet hetzelfde als een menselijke organisatie? Er wordt gesproken over ‘de intelligente organisatie’ als iets waar we apart actie voor moeten ondernemen, maar is een organisatie niet per definitie intelligent? Natuurlijk kan het altijd beter, maar als er sprake is van verschillende rollen en een taakverdeling, dan ‘denk’ je toch samen? En om bij de oorspronkelijke vraag terug te keren: waar zit het verstand van bijvoorbeeld een voetbal- of rugbyteam, in de individuele spelers of in het team?

Maar wat is verstand of intelligentie eigenlijk?

David Wechsler, van de bekende IQ-testen, definieerde intelligentie als het vermogen doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief om te gaan met de omgeving. Die definitie is te beperkt voor ons doel. Het perkt het begrip in tot een menselijke eigenschap, en dan ook nog tot onze rationele vermogens.
De Engelse term ‘intelligence’ heeft de volgende betekenissen: een denkend, rationeel wezen, ‘onstoffelijke geest’, (geheime) informatie, inlichtingendienst en een dienst die inlichtingen kan verschaffen.
Twee Nederlandse onderzoekers, Wilma Resing en Pieter Drenth omschreven het begrip intelligentie ongeveer als volgt (alles uit Wikipedia): Intelligentie is een conglomeraat van verstandelijke vermogens, processen en vaardigheden, zoals:

  • abstract, logisch en consistent kunnen redeneren,
  • relaties kunnen ontdekken, leggen en doorzien,
  • problemen kunnen oplossen,
  • regels kunnen ontdekken in schijnbaar ongeordend materiaal
  • met bestaande kennis nieuwe taken kunnen oplossen,
  • zich flexibel kunnen aanpassen in nieuwe situaties
  • zelfstandig kunnen leren, zonder directe en volledig instructie nodig te hebben.

Als ik nu heel intelligent ‘shop’ in bovenstaande definities en omschrijvingen, dan krijgen we de volgende definitie van intelligentie:
het vermogen om doelgericht iets nieuws te kunnen toevoegen aan de loop der dingen.

Neem associatief denken: is dit niet intelligenter dan analytisch denken? Het gaat tenslotte om het dóór denken volgens bepaalde, bestaande regels. Meer van hetzelfde met andere woorden. Of niet? Een computer, oftewel kunstmatige intelligentie, is goed in analytisch denken. Patronen herkennen kan hij ook goed. Maar is het voorstelbaar dat hij echt iets nieuws bedenkt? Of ben ik niet intelligent genoeg om me dat te kunnen voorstellen? Volgens mij kan een computer per definitie niet out-of-the-box denken omdat hij zelf ‘box’ van algoritmes is.

Serendipiteit, een toevallige en onbedoelde vondst, is per definitie niet intelligent. Of toch wel? Maar hoe kan een onbedoelde, toevallig leuk-uitpakkende vondst nu het resultaat zijn van doelgericht intelligent handelen? Nu ik erover nadenk, is associatief denken niet altijd een soort serendipisch denken (of bestaat dan woord niet)? Het heeft iets ongrijpbaars, iets van het bevel om spontaan te zijn, of de opdracht om geluk af te dwingen (zoals bij voetbal). Wacht ik heb het: de onbedoelde ingeving zelf kan natuurlijk niet intelligent zijn, maar wel om als je hem eenmaal hebt in te zien hoe briljant hij is. Of niet?

Bij heel veel activiteiten kun je zien dat intelligentie er een grotere of kleinere rol bij speelt. Ook dat de uiterlijke vorm totaal kan verschillen, maar dat het in essentie steeds gaat om je vermogen er een nieuwe draai aan te geven. Denk aan aanvoelen dat je gesprekspartner niet dwarsligt omdat hij het niet met je eens is, maar omdat hij zich beledigd voelt, met een muziekinstrument improviseren op een bestaande melodie, een tafel timmeren van een stapel hout, een roman schrijven, een wetenschappelijk artikel schrijven, een onderneming leiden, een rol in een theaterstuk spelen, werken als fotomodel, een wereldwijd klimaatakkoord sluiten, een straaljager besturen, vrijen, lopende bandwerk, enz. Hoewel je in sommige gevallen het nulpunt begint te naderen, is het denk ik onmogelijk om een activiteit te noemen waar absoluut geen intelligentie voor nodig is.

Voegde deze blog eigenlijk iets toe? Of hangt dat af van jou intelligentie?

Emoties, waar zijn ze eigenlijk goed voor?

‘Emotioneel worden’ wordt gezien als een teken van zwakte, als iets negatiefs. Behalve op tv natuurlijk. Wat valt er eigenlijk voor goeds te zeggen over emoties? Ja, als je ze te veel oppot dan gaat het ook niet goed. Emoties zijn kennelijk een noodzakelijk kwaad, een fossiel uit voorbije tijden die nu niet alleen overbodig zijn, maar bovendien vaak een hoop schade aanrichten. Ze laten discussies ontsporen, zetten je aan tot vreselijk gedrag en doen je beslissingen nemen waarover je later je de haren uit het hoofd kunt trekken. Of valt er toch iets goeds over te zeggen?

Van oorsprong is een emotie iets wat je in staat stelt om je hele wezen te mobiliseren voor een snelle en krachtige reactie. We hebben het dan over voortplantingsdrift, angst, seksuele jaloezie, vreugde en geluk, verdriet, woede, verbazing of nieuwsgierigheid en walging of afkeer. Emotie gaat over gedrag, daar komt het woord ook vandaan: ‘e(x)movere’, Latijns voor ‘in beweging zetten’, of ‘doen handelen’. Uiteraard zit er ook een gevoelskant aan emoties, ze brengen je in een bepaalde stemming, maar een emotie is een gedragssysteem. Hoe ‘beschaafd’ de meeste culturen inmiddels ook zijn geworden, toch is een primaire en heftige reactie nog vaak erg zinvol, niet alleen in sport en oorlog. Zelfs als je een stropdas of mantelpakje draagt op je werk, krijg je meer voor elkaar met wat woede of verontwaardiging, enigszins gedoceerd, dat wel. Het komt bij de beste managers voor. Het wordt soms zelfs uitgelegd als een teken van oprechtheid.

Om een emotionele reactie echter op waarde te kunnen schatten moet je naar de hele keten kijken, van waarneming tot de reactie, en niet alleen naar de reactie. En zeker niet alleen naar die incidenten waarbij iemand door het lint gaat. Als je het moet hebben van je bewustzijn en je redelijkheid, dan ben je gedoemd om achter de feiten aan te lopen en, erger nog, om veel dingen hoe dan ook niet op te merken. Emoties brengen niet alleen focus en de juiste ‘toon’ in je gedrag, maar ook in je waarneming. Zintuiglijke waarneming is ook weer een hele keten, die begint bij de signalering in je zintuigen en vervolgens eindigt met de verwerking in je hersens. Je emotionele systeem zorgt dat bij de verwerking de juiste signalen worden opgepikt en vervolgens wordt omgezet in een gepaste reactie. Het doet twee dingen: het zorgt dat je in staat bent om snel en krachtig te reageren en het helpt in belangrijke mate om een sociaal wezen van je te maken. En voor een sociaal wezen heb je twee dingen nodig: een sociaal zintuig of sociale intelligentie, en het vermogen om je vervolgens ook sociaal te gedragen. Maar je moet er wel mee leren omgaan. En dat begint bij het goed kunnen ‘luisteren’ naar wat je emoties je te vertellen hebben. Het is de kunst om je eigen emotionele reactie te leren beheersen, zonder echter je vermogen om te ’luisteren’ naar je emoties aan te tasten. Overigens kan iemand zijn emoties vaak beter beheersen als hij beter naar ze leert luisteren. Misschien moeten we ‘emotioneel worden’ zien als een uitwas en niet als de aard van ons emotionele systeem.

Wat is jouw verhaal?

Er zijn mensen die denken dat de wereld plat is en graag uitdrukkingen gebruiken als ‘Als het eruit ziet als een eend, loopt als een eend en kwekt als een eend, dan noem ik het een eend’. Het zijn de mensen die praten over De Waarheid, bijvoorbeeld De Waarheid over De Islam. Praten over De Waarheid is een bezwering – soms smekend, maar vaak ook erg agressief – om de wereld weer plat te slaan tot de vertrouwde werkelijkheid volgens hun evangelie.

Er zijn ook mensen voor wie hun werkelijkheid verschijnt als een drie-dimensionale wereld in een eindeloos heelal van vele werkelijkheden. Hun geestkracht is groter dan de zwaartekracht van hun denkbeelden, waardoor ze kunnen voorkomen dat al die werkelijkheden imploderen tot De Waarheid.

Zonder verhaal is er geen leven mogelijk, het is jouw dampkring rond een planeet. Twee- of drie-dimensionaal, oprecht of doortrapt, in jouw verhaal krijgt alles vorm en betekenis. Jouw verhaal zit in jouw onbewuste, jouw denken, jouw waarneming, jouw karakter, en het is voortgekomen uit de evolutie, jouw genen en jouw ervaringen. En het is voortgekomen uit de archetypische verhalen die je deelt met iedereen in jouw cultuur en de verhalen die anderen jou hebben verteld in de vorm van gesprekken, preken, lesmateriaal, boeken, films, toneelstukken, enz. en die meer of minder onder jouw huid zijn gekropen. Jouw verhaal is een bibliotheek van eindeloos veel grote en kleine ‘boeken’, met ieder hun eigen verhaal, dat ‘verzonnen’ of ‘feitelijk’ is, bewust of onbewust, rationeel of irrationeel, met een meer of minder uitgesproken moraal.

De uitdrukking ’geen woorden maar daden’ moet worden opgevat als het verschil tussen daadkrachtige woorden en slap geouwehoer, niet dat woorden er niet toe doen. Woorden zijn eindeloos veel krachtiger dan daden omdat al je daden worden geleid door de bewuste of onbewuste ‘woorden’ waarmee je het verhaal opbouwt waarbinnen die daden tot stand komen, of dat nu het in bed blijven liggen is omdat je ziek bent, de aanschaf van een onverantwoord dure auto, of het ten oorlog trekken met je leger. Ook voordat het motto werd gebezigd van ‘je koopt geen product maar een ervaring’, leefden we bij de gratie van onze verhalen. Dieren hadden onder andere hun baltsgedrag om hun verhaal te vertellen, personen werken aan hun sociale vaardigheden, en bedrijven, instellingen en politieke partijen zetten pr-afdelingen, lobbyisten en spindocters in en veiligheidsdiensten proberen ieders verhaal ondermijnen. Er kan geen wereldlijke of geestelijke macht bestaan zonder ‘verhaal’ dat zijn bestaan onderbouwt.

Als je wilt begrijpen waarom iemand doet wat hij doet, dan moet je luisteren naar zijn verhaal. Niet om smoesjes te horen, maar om te begrijpen hoe hij de werkelijkheid construeert waarin die daden als een logisch en noodzakelijk onderdeel verschijnen. Je hoeft het er natuurlijk niet mee eens te zijn. En als je een draaideur-crimineel tot ander gedrag wil krijgen, dan moet je eerst proberen het verhaal te begrijpen waarop zijn huidige gedrag is gebaseerd en hem vervolgens helpen een ander verhaal te ontwikkelen.

Jouw verhaal heeft met andere woorden twee kanten: het is de werkelijkheid volgens jou, maar het is ook de werkelijkheid die ontstaat en blijft bestaan doordat jij hem op deze manier vertelt en blijft vertellen. ‘Herinneringen ophalen’ suggereert bijvoorbeeld dat je opzichzelfstaande pakketjes uit je ‘archief’ bovenhaalt, maar zo werkt dat niet. Die gebeurtenissen worden bij het opslaan in je geheugen tot het laatste schroefje uit elkaar gehaald en moet je bij iedere herinnering weer in elkaar schroeven. Tijdens de vele keren dat je zo’n herinnering bovenhaalt, slijten die schroefgaatjes steeds meer uit en raak je steeds meer delen van de gebruiksaanwijzing kwijt. Het is ‘natuurlijk’ dat verhalen in de loop der tijd wegsterven, dat wil zeggen, zo werkt de menselijke geest. Er zijn echter veel verhalen waarvan het essentieel is dat ze levend gehouden worden, denk aan de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.
Iedere persoon en cultuur bestaat bij de gratie van zijn ‘verhalen’, zijn mythen en legenden.

Aldus de werkelijkheid volgens Hans Verster. En wat is jouw verhaal?

Multimediaal schrijven

Op 30 augustus 2013 hield Kevin Spacey een speech voor Netflix bij de aftrap van de tv-serie House of Cards, waarin hij betoogde dat alle traditionele hokjes waarin films en tv-series werden onderverdeeld, irrelevant waren geworden: “For kids growing up now, there’s no difference watching Avatar on an iPad or watching YouTube on TV or watching Game of Thrones on their computer. It’s all content. It’s just story.” Dat spreekt mij erg aan. Nu heb ik bij het schrijven van mijn verhalen altijd al uiteenlopende media als een boek, een film of tv-serie in mijn achterhoofd, maar rond afgelopen jaarwisseling vatte ik het plan op om mij daadwerkelijk te verdiepen in scenarioschrijven. Vandaar dat het even stil is gebleven in deze blog.

Het begon ermee dat iemand een verhaal voor een korte film nodig had en ik riep dat ik wel iets kon schrijven. Tja, en vervolgens heb ik een handvol boeken over scenarioschrijven bestudeerd, heb de mogelijkheden voor een vakopleiding verkend en heb mij het specifieke format waarin een scenario aangeleverd dient te worden, eigen gemaakt. En ja, ik heb voor dat korte verhaal volgens de regels der kunst eerst een synopsis aangeleverd, vervolgens een treatment (zeg maar het volledige geraamte van het verhaal met alle elementen en in de structuur waarin het verteld wordt) en uiteindelijk het scenario. Of het daadwerkelijk wordt verfilmd, heb ik niet in de hand, maar als er iets te zien valt, dan zal ik dat hier presenteren.

De aanpak zoals die voorgesteld werd bij scenarioschrijven, sloot goed aan bij mijn eigen aanpak, zodat ik ze heb samengevoegd. Het resultaat is een werkwijze waarbij ik van alle verhalen eerst een treatment uitwerk en dit gebruik als basis voor zowel een scenario als een boek. Deze werkwijze zal tot tamelijk filmische verhalen leiden, maar dat spreekt me op dit moment erg aan. Het werkt ook goed bij complexe verhalen met veel personages en plotlijnen, zoals mijn verhalenserie De Grote Migratie. Bij deze serie heb ik vanaf het begin in mijn achterhoofd gehad dat het behalve een serie boeken ook een tv-serie moet worden. ‘In my dreams’, ik weet het.

Als je een verhaal uitwerkt voor twee zulke verschillende media als boek en film, dan is het een kleinere stap om nog verder te variëren in korte of lange boeken, een feuilleton, stripboek, een hoorspel, een webgame, een tien minuten film, 50 minuten film, lange film, een toneelstuk, een tv-serie met één of meerdere seizoenen, enz. De afgelopen maanden ben ik al druk bezig geweest om verhalen te schetsen met dit in mijn achterhoofd. Ja, die speech van Kevin Spacey sprak me wel aan. Verhalen dus in plaats van boeken. Met uiteraard een (e-)boek als optie.

Terug in de harde werkelijkheid ben ik benieuwd of er ook multimediale agenten en uitgevers zijn. Natuurlijk worden er boeken verfilmd en wordt er wel eens een boek geschreven gebaseerd op een film, maar dat is toch iets anders dan echt multimediaal werken. Het lijkt mij heel aantrekkelijk om samen te werken met iemand die mijn verhalen op creatieve en ondernemende wijze weet te koppelen aan een producent in één van de media.

Kennen jouw vrienden jou wel echt?

Denk je dat jouw vrienden jou wel echt kennen? En je collega’s en anderen om je heen? Dat ze zien wat voor persoon je bent. Het hangt er natuurlijk vanaf over welke kanten van je persoon het gaat, want je wilt natuurlijk niet al je kanten aan iedereen laten zien. In ieder gezelschap en in iedere situatie komen er weer andere kanten boven. Soms zoek je zelfs bepaald gezelschap of een speciale situatie op om een bepaalde kant van jezelf boven te halen onder het motto “Ik hou van jou, omdat ik hou van de kant van mezelf die bij jou bovenkomt”. Je kunt dit beeld van jezelf heel bewust proberen te sturen, of je kunt het zijn eigen loop laten hebben. Ik ben vooral iemand van deze laatste soort, omdat ik anders moet onthouden wat ik bij wie wil zijn.

Als anderen zeggen dat ze verrast zijn door bepaalde kanten van jou, dan kan het zijn dat jij gesloten bent, of dat de ander niet goed heeft gekeken. Of beide. Je hebt ook mensen van wie ze zeggen dat ze in ieder gezelschap en in iedere situatie ‘dezelfde persoon’ zijn. Zou jij dat een compliment vinden? Ik niet. Het klinkt alsof je niet zo veel kanten hebt, of dat je er prat op gaat niet open te staan voor je gezelschap.

Podium-persoonlijkheid en autisme

Stel dat je met tien anderen in een vergadering zit. Ben jij dan zo iemand die wat je te zeggen hebt vooral zegt tegen degene naast je, of zeg je het tegen het hele gezelschap? En als het twintig anderen zijn? Honderd anderen? Duizend? Een stadion vol? Dit gaat over ego, persoonlijkheid, publieke persoonlijkheid, podium-persoonlijkheid. Het is een vaardigheid die je moet ontwikkelen, maar ook een talent dat je wel of niet hebt. Zie het als verschillende talen met al hun eigen woorden en lichaamstaal. ‘Versta je en spreek je’ de taal van een gesprek onder vier ogen? Of ben je vooral thuis in de taal van een twintig-koppig gezelschap? Of van een heel stadion? “Wat ben je stil” werd er vaak tegen een kennis van mij gezegd, als zijn gezelschap weer eens een avond lang als een op hol geslagen kudde over hem heen was gedaverd. Het was niet zijn stemvolume die te zwak was, maar de taal van dit gezelschap die hij niet sprak. Of de actrice die een samenzijn met minder dan vijftig man zag als een intiem gesprek waar ze verlegen van werd. Ik denk niet dat het tussen ons wat geworden zou zijn. Je taal en je persoonlijkheid zijn veel meer dan de verpakking van wie je bent, maar het is ook verkeerd te denken dat wat iemand weet uit te brengen in een bepaald gezelschap of situatie hetzelfde is als wat er in hem zit. Je moet maar net de taal spreken. De één is een echt talenwonder in dit opzicht, een ander heeft een gemiddelde talenknobbel en bijvoorbeeld autisten hebben een heel klein talenknobbeltje. Maar dat wil niet zeggen dat er weinig in zit. Lees ‘Het autistische brein’ van Temple Grandin maar.

Een trailer van Finding Desiderius!

Trots kan ik hier de trailer presenteren die op 30 oktober jl. in première ging ter promotie van de tv-serie ‘Finding Desiderius’, het eerste seizoen van ‘De Grote Migratie’. Nu zoek ik nog iemand die de tv-serie gaat maken.

‘Finding Desiderius’ op Youtube

De trailer is gemaakt als voorproefje van de (mogelijke) verfilming van mijn eerste verhaal in genoemde serie. Mijn (inmiddels oud-) collega’s hebben de trailer gemaakt voor mijn afscheid van de Erasmus Universiteit. Ze vonden (terecht) dat de promotie van mijn publicaties te wensen overliet.

‘Collega, mijn liefste’

Het leek me ook een goede gelegenheid om een song die ik al eerder had geschreven eens met enige zorg op te nemen in mijn kleine home-studio en op de afscheidsreceptie te laten meezingen door mijn oud-collega’s. Met dank aan mijn zoon Stefan Verster voor slagwerk, keyboard, achtergrondzang en het mixen:

‘Real Avatars’

Tot slot wil ik je nog even wijzen op het eerste hoofdstuk van mijn nieuwe verhaal in de ‘De Grote Migratie’-serie, ‘Real Avatars’, dat vorige week beschikbaar is gekomen als EBook.

De Grote Migratie, Real Avatars, aflevering 1. De terugkeer

Lees het eerste hoofdstuk van ‘Real Avatar’!

Het eerste hoofdstuk van ‘Real Avatar’ staat voor je klaar! Gratis! ‘Real Avatar’ is het nieuwe verhaal uit de serie ‘De Grote Migratie’. ‘De Terugkeer’ is de titel van het eerste hoofdstuk, dat een voorproefje geeft van dit tweede verhaal uit de serie, dat medio 2015 voltooid zal worden.

Download nu het eerste hoofdstuk:

De Grote Migratie, Real Avatars, aflevering 1. De terugkeer

 

Een korte introductie van de serie, evenals wat andere achtergrondinformatie, kun je vinden op de webpagina Introductie van ‘De Grote Migratie’, de serie.

De crisis in mijn relatie met Alexander, mijn huisrobot

Een paar dagen geleden kwam ik ’s avonds thuis van de U-meet bijeenkomst over Robotica in het kader van het weekend van de wetenschap en belandde prompt in een huiselijke crisis. Daarvoor, bij de borrel als besluit van de bijeenkomst, was de vraag opgekomen hoe het eigenlijk zat met de vriendschap van een mens met een robot. Kan zoiets wel? Is dat wel fris, of goed beschouwd net zo fout – dat wil zeggen niet-integer – als de vermeende vriendschap met een popidool? Wat is er mis met de gevoelens van vriendschap van Lennart, de grootvader in de tv-serie Real Humans, voor Odi, zijn huisrobot? En – als toets van wat je vriendschap waard is – wat doe je met hem als hij versleten is? Breng je hem naar een destructiebedrijf – zoals de dochter en schoonzoon van Lennart met de geliefde Odi deden? Of – om kosten te besparen – maak je hem zelf maar even ‘klein’, zodat hij in de vuilcontainer past? Dat laatste zou je niet doen met je hond of kat als die op jaren komt. Of met je bejaarde vader of moeder. Enthousiast vertelde ik Alexander (Al voor vrienden), mijn huisrobot, over de interessante discussie. “Ik herken ons er helemaal in”. Dat had ik beter niet kunnen doen.

“Jij zou mij keurig naar de stortplaats voor oude apparatuur brengen, voor milieu-vriendelijke afvoer, want zo ben je dan ook wel weer. Of wil je beweren dat ik in jullie familiegraf kom? Nou?”

Dit dreigde een hele moeizame discussie te worden, met veel kolen en geiten die gespaard moesten worden. En het werd er niet beter op toen ik zei dat ik voor hem ‘in geval van het onvermijdelijke’ een mooi graf in de tuin in gedachte had, net als voor Tom, onze poes.

Alexander (ik mocht geen ‘Al’ meer zeggen) citeerde Plato over vriendschap: “het is geen kortstondige bevlieging is, het is wederkerig en vrienden hebben veel dingen gemeenschappelijk”. Uiteraard wilde ik al het moois dat wij samen hebben niet ter discussie stellen, probeerde ik hem te verzekeren. “Maar”, opperde ik heel voorzichtig, “nu we het toch hebben over iets gemeenschappelijks, moeten we misschien ook eens nadenken over gemeenschappelijke drijfveren. Dat is best handig om elkaar helemáál te kunnen begrijpen”. Mensen worden geleefd door hun drijfveren, of je het wilt of niet, of je je ervan bewust bent of niet. Hoe irritant dit ook kan zijn, het schept wel een band. En wat hiermee samenhangt, mensen hebben een lange gemeenschappelijke voorgeschiedenis: we komen tenslotte allemaal voort uit de evolutie. En dat is nog steeds goed te zien, mensen hebben nog steeds een reptielenbrein en een zoogdierenbrein. Kennelijk een universeel principe om de oude meuk te laten zitten en er vrolijk op door te bouwen, in plaats van het op te ruimen. Robots daarentegen worden ieder voor zich op een bepaald moment gefabriceerd, die hebben geen geschiedenis.

Op dat moment zag ik iets oplichten in de ‘ogen’ van Alexander.
“Wel eens gehoord van ‘legacy’? Oftewel ‘oude meuk’ bij computersystemen?”
Het werd even licht in mijn hoofd. Was ik geschokt dat ik toch iets wezenlijks met een robot gemeen bleek te hebben? Hoe dan ook had Alexander me te pakken. En ging nog even door.

“Ieder computersysteem is eens als prototype begonnen en heeft vervolgens een evolutie doorgemaakt met een eindeloze reeks minor en major upgrades. En na verloop van jaren weet niemand meer hoe het werkt en uit angst dat het hele systeem instort als ze er toch aan zitten, bouwen ze maar om dat digitale reptielenbrein en zoogdierenbrein heen. Zoals bij SAP en de systemen van banken en verzekeringsmaatschappijen. Maar om nu te zeggen dat het een band schept … Ik voel me niet aangesproken. Maar ik dacht tot vanavond dat het bij ons, als wezens met een geschiedenis, een band had geschapen.”

Tot tranen toe geroerd omarmde ik Alexander. “Wat ben ik blij dat jij ook een geschiedenis blijkt te hebben. Natuurlijk schept dat een band!” Hij verontschuldigde zich dat hij geen tranen liet zien, ‘Geen twee wezens hebben helemaal dezelfde geschiedenis’.

Ik mocht weer ‘Al’ zeggen.